SPRING VAN HIERUIT DIREKT NAAR DE HERHALINGS OEFENING:

De Geneeskundige Troepen.

(17-09-1968 t/m 01-01-1970).


Hierboven is de afbeelding van het embleem van de Geneeskundige Dienst.

Op de linker- en rechterpoten staat het Latijnse devies het luidt:
"Eripiendo Victoriae Prosum", deze wapenspreuk van de Geneeskundige Dienst komt neer op "Al helpende dien ik de overwinning".

De Opleiding:

Juliana van Stolberg-kazerne, september 1968
aan de Leusderweg, Amersfoort.

In 1889 werd aan de Leusderweg de latere infanteriekazerne Juliana van Stolbergkazerne gebouwd.
De kazerne werd genoemd naar de moeder van Willem van Oranje.
Er stonden vier bataljonsgebouwen, vernoemd naar de vier in de Tachtigjarige Oorlog gevallen zonen van Juliana, (Willem, Lodewijk, Hendrik en Adolf 1889 - 1978).

De kazerne groeide uit tot een complex met vier bataljongebouwen, een badhuis, garages, magazijnen, een brandspuithuis, een leslokaal, een verpleeggebouw, een filmzaal, een sportzaal, woningen, en een keuken.
Ook beschikte de kazerne op het voorterrein over een groot exercitieterrein.
In de jaren '50 bood de kazerne onder meer onderdak aan een regiment geneeskundige troepen.
In 1978 werd de kazerne gesloten.
De beide wachthuisjes bij de vroegere hoofdpoort zijn nog steeds aanwezig.
Daarna kwam er woningbouw op het voorterrein en achter de gevels van de bataljongebouwen.
Thans zijn er 116 koopwoningen en appartementen gevestigd.



Na mijn vaartijd op zee en mijn overbruggingsperiode bij 'Albert Heijn', moest ik mij melden in de 'Juliana van Stolberg Kazerne' te Amersfoort, opkomen voor "eerste oefening".
Daar aangekomen bleek mijn naam niet op de lijst voor te komen, m.a.w. je bestaat niet dus, "ik kan weer naar huis ?", mooi niet natuurlijk, gewoon blijven en meedoen.
Wel even wennen om vanuit het burger- naar het militaire denken om schakelen, maar de tijd van de zeevaartschool en de zelfstandigheid op zee hebben mij veel geholpen, ik was al discipline gewend, dus ook het s'ochtens wakker fluiten.

Eten van 'n plate (bord) die bestond uit 3 vakken, 1 groot en 2 kleinere, in de grote werd je "prakkie" gekwakt en in een van de kleiner vakken je toetje.
En het drinken kreeg je in je eigen veldbeker, die je na afloop goed schoon moest borstelen.

Wat ook 'leuk'! was, s'nachts op de gekste tijden (alarm oefeningen), met gefluit en geschreeuw, allemaal met volle bepakking buiten aantreden, "vlug vlug vlug, hup hup hup, stelletje k..z..!!", en ze bleven dit herhalen tot dat we het in een bepaalde tijd volbracht hadden.

Ik had gehoopt ingedeeld te worden bij de Marine of eventueel bij de Pontonniers (omdat ik ervaring had met boten) maar 'NEE', ik werd ingedeeld bij de Geneeskundige Dienst, de 'HOSPIKKEN'.
Achteraf heb ik daar geen spijt van en heb ik een heel leuke tijd gehad en veel geleerd.

De eerste 2 maanden kreeg ik een 'zandhazen' opleiding: o.a. het leren van de rangen en standen, tuchtrecht, marcheren, infanterie exercities, schutterputjes graven, schieten, stormbaan nemen en natuurlijk weer veel schoonmaken.
En natuurijk de opleiding gewondenverzorger, dit was een terdege geneeskundige opleiding en bestond o.a. uit:


  • Werking van het menselijk lichaam.

  • Verbanden en spalken aanleggen.

  • Gewonden verzorgen.

  • Infuus aanleggen.

  • Injecties geven.

  • Reanimatie.

Hierbij heb ik mijn 'EHBO' diploma behaald.

Daarna twee maanden een rijopleiding chauffeur ambulance/jeep, rijden in de omgeving van Amersfoort op een 'Willy's Overland Jeep', dubbelklutsen, hoge en lage "gearing' enz. (en ik heb daarmee mijn rijbewijs behaald).

Jeep GMD

(klik hier boven voor het meer foto's)

Opleidings Centrum Medisch Geneeskundige Dienst te Amersfoort
de lichting september 1968.

(klik hier boven voor een vergroting.)


Een tussenstop:

Generaal Spoor Kazerne, 1968
Leuvenumseweg 88-91, Ermelo
C-163 Verbandplaats Compagnie.

YA 126, 1 ton

(klik hier boven voor het meer foto's)

De C-163 Verbandplaats Compagnie werd ook wel de De JOKER Compagnie genoemd, met een Joker als logo op alle wagens en was een onderdeel van het 103 Geneeskundig Bataljon.
Na de opleiding in Amersfoort werd ik voor het 'parate gedeelte' van mijn diensttijd overgeplaatst naar de 'Generaal Spoor Kazerne' in Ermelo, hier heb meegedaan aan allerlei oefeningen, in het veld slapen met twee aan elkaar geknoopte regenkapies, NBC oefening, gewonden leren verplaatsen en schietoefeningen houden met het een pistool.

Browning FN 9mm je persoonlijk handwapen, ter bescherming van de gewonden.
Browning FN 9mm

(klik hier boven voor een vergroting.)

Hier kregen we ook de NBC opleiding, dit staat voor Nucleaire-, Bacteriologische- en Chemische oorlogsvoering.
Ik heb hier maar een korte tijd doorgebracht, ik werd van mijn maten gescheiden en moest mij melden in:


De vaste standplaats:

Luitenant-kolonel Tonnet Kazerne, 1968-1969
Eperweg 141, Legerplaats 't Harde.

Hieronder mijn Identiteitskaat GKD 1968.

De rest van mijn diensttijd heb ik doorgebracht in het Kazerne Zieken Verblijf (KZV) in 't Harde als ambulance chauffeur/gewondenverzorger.
Ik sliep en at daar, samen met een tweede chauffeur en enkele verplegers en wij waren 24 uur stand-by.
De leiding was in handen van Hoofd Gewonden Verzorger een Sergeant Majoor, een Ambonneese Sergeant en een Kaptein arts.
De namen:
Kapitein P. Bonzet.
Kapitein B. Abrahamse.
Sergeant G. J. Oosterholt.
Sergeant I. H. Lamain.
Sergeant I. L. H. Peters.
Korporaal W. van Dijk van de 102 Geneeskundige Groep.

YA 126, 1 ton Ford Taunus

(klik hier boven voor het meer foto's)

Linker foto:
DAF YA-126, 1-ton, 4x4, 24V (Als Ziekenauto uitgerust met 4 draagbaren).

Middelste foto:
Ansichtkaart van de hoofdingang, direct rechts binnen de poort is het KZV.

Rechter foto:
Het ambulance 'Fort Transit' busje waarvan ik de chauffeur was.

Vaak moest ik samen met een verpleger/gewondenverzorger zieken en/of gewonden naar ziekenhuizen in de omgeving brengen.
Zo kwam ik vaak in het Centraal Militaire Hospitaal "Dr. A.Matthijssen" in Oog in Al in Utrecht, ook wel militairen wegbrengen naar de afdeling Psychiatrie en regelmatig naar het "Sophia Ziekenhuis" in Zwolle.
Als er niet gereden moest worden hielp ik in het KZV de verplegers bij het verzorgen van de opgenomen zieken, verbanden aanleggen, pleisters plakken, uitgeven van eenvoudige geneesmiddelen, eerste hulp verlenen of helpen spuiten geven als er een nieuwe lichting binnenkwam.
Soms had de arts hulp nodig en werd ik daar ingezet, mocht ik helpen bij kleine ingrepen die de arts dan uitvoerde.
Ook het eten halen uit de kantine was mijn taak, met de ambulance naar de keuken en daar 'gamellen' met eten laden voor het KZV.
Altijd wat meer zieken opgeven dan er aanwezig waren,dan hadden we lekker wat extra eten en toetjes.

Al met al was het een reuze leuke tijd bij het KZV, ik had het achteraf niet willen missen.
Ik heb er zelfs nog over nagedacht om 'BIJ TE TEKENEN' als ik daar maar kon blijven, maar dat was niet zo, ik had dan naar de 'parate hap in het veld' gemoeten en weer in het gareel lopen onder toezicht van alles wat hoger in rang was en had ik op oefeningen mee gemoeten.
Dat zag ik niet zitten en ben dus normaal afgezwaaid toen mijn tijd er op zat.

Naar Boven

Herhaling oefening 1970.

(23-03-1970 t/m 31-03-1970).

Hierboven de afbeelding van het embleem van de Geneeskundige Dienst.

Kolonel Palmkazerne
Legerplaats Crailo
Bussum.

Ik ben op herhaling oefening geweest in Lpl. Crailo bij Laren, daar heb ik mijn groot rijbewijs gehaald op een DAF YA 314, 3 ton.

Het oorspronkelijke Landgoed Crailo (Craai = kraai, Loo =s bos) Kraaienbos, is gelegen in de gemeente Huizen.
Het 19e eeuwse landhuis (vroeger met twee pachtboerderijen) ligt aan de Museumlaan.
De Legerplaats Crailo werd tijdens de Eerste Wereldoorlog genoemd 'Het Kamp van Laren'. (inderdaad gemeente Laren)
Het was 1914-1918 een tentenkamp van Nederlandse militairen.
Op Kamp Crailo zit nu de Stichting Militair Depot, die jaarlijks de bevrijdingsoptochten organiseert.
Ook hier bleek mijn naam niet op de lijst voor te komen, ik heb waarschijnlijk een ongebruikelijke naam, ook hier moest ik blijven en met de rest meedoen.

HET ONSTAAN VAN HET KORPS MOBIELE COLONNES.

Afgekort: KMC.
Motto: ‘Ad auxilium appellatus’ (Naar hulp genoemd worden).

In 1952 werd in Nederland de Wet op de Bescherming Bevolking (BB) afgekondigd.
Het ging hierbij om het geheel van niet-militaire maatregelen tot bescherming van de bevolking tegen oorlogsgeweld.
Het was de bedoeling dat de BB geheel met vrijwilligers zou worden bemenst.
Omdat dit niet goed uitviel, werd bij Koninklijk Besluit nummer 41 (Staatscourant 1955, 233) van 14 november 1955 – d.w.z. na de watersnoodramp van 1953 – het KMC opgericht.
Als oprichtingsdatum wordt 1 augustus 1955 aangehouden.

Tot 1963 was het KMC onder de naam Rijks Mobiele Colonnes (RMC) een zelfstandig (vierde) krijgsmachtdeel naast Koninklijke Landmacht, Luchtmacht en Marine, dat in oorlogsomstandigheden of bij grote rampen,
via de nationale commandant van de BB, aan lokale autoriteiten steun kon verlenen.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken zorgde voor de financiering van het KMC.

In de praktijk richtte een burgemeester een verzoek tot militaire steunverlening door het KMC aan de Commissaris van de Koningin in de betrokken provincie.
Hieronder vielen brandbestrijding, redding, gewondentransport, geneeskundige hulpverlening, nooddrinkwater(leiding)voorzieningen en waterzuivering.
Wanneer de Commissaris van de Koningin niet kon voldoen aan het burgemeestersverzoek, wendde hij zich tot de Minister van Binnenlandse Zaken.

Bij Koninklijk Besluit van 1 februari 1963 werd het KMC opgenomen in de Koninklijke Landmacht, maar militairen uit andere krijgsmachtdelen bleven in de gelederen.

Het KMC ressorteerde onder de Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS).

Alle personeel van het KMC was lid van de militair geneeskundige dienst en werd opgeleid in brandweer-, redding- en eerstehulpwerkzaamheden.

In geval van een calamiteit of ramp konden tienduizenden dienstplichtigen en mobilisabele reservisten in vijftien mobiele colonnes – van bataljonsgrootte (± 800 man) – ontplooien.

Hiertoe hadden zij de beschikking over honderden auto- en motoraanhangerspuiten (DAF en Magirus-Deutz), andere gereedschap- en reddingvoertuigen, verplaatsbare waterzuiveringsinstallaties, waterzakken (à 40 liter) en opvouwbare watertanks (à 3.000 liter).

De brandweer-, redding- en drinkwatervoorzieningeenheden van het Korps Mobiele Colonnes (KMC) konden op deze manier op provinciale en nationale schaal militaire steunverlening in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden verzorgen.
Deze hulpverlening in het openbaar belang moest niet worden verward met militaire bijstand (hulpverlening door de krijgsmacht ter handhaving van de openbare orde, ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en ingeval van een ramp of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan) of bijzondere militaire bijstand (hulpverlening door de krijgsmacht aan justitiële autoriteiten in geval van terroristische acties of bijzondere militaire bijstand).

In november/december 1966 deed zich een uitzonderlijke, buitenlandse inzet voor met Operatie Aqua Vita: vier waterzuiveringpelotons, onder andere afkomstig van het KMC, namen deel aan het lenigen van noden als gevolg van storm en zware regenval in de nabijheid van de Italiaanse stad Florence.

Bij Ministeriele Beschikking van 5 februari 1967 kreeg het KMC een nieuw baretembleem, bestaande uit een staf van Asklepios (esculaap) op een gekruist zwaard en bijl.
Het embleem symboliseert de geneeskundige- (Asklepiosstaf), opruiming- en redding- (bijl) en brandweercolonnes (vlam), welke colonnes deel uitmaken van het KMC.

Door de inwerkingtreding van de Brandweerwet en de Rampenwet in 1985 vervielen de brandweertaken van het KMC aan de civiele brandweerkorpsen, waarna de KMC-brandweercolonnes werden afgestoten.

Op 11 juni 1986 werd de wet Bescherming Bevolking ingetrokken, waarna het KMC uiteindelijk alleen nog werd gevormd door de colonnes redding-/geneeskundige dienst, de ziekenautocompagnieën en de eenheid voor de nooddrinkwatervoorziening.

In 1989 verscheen het ‘Besluit Korps Mobiele Colonnes’ met nieuwe regels voor het KMC in verband met de reorganisatie van de rampenbestrijding.
De Minister van Binnenlandse Zaken bevorderde de deelname van het KMC aan oefeningen van bij de rampenbestrijding betrokken diensten en het KMC nam, samen met de civiele brandweerkorpsen en het Rode Kruis, de taken van de Bescherming Bevolking over.

Het takenpakket en de werkwijze van het KMC werd tot de opheffing op 1 maart 1993 geregeld in de gemeenschappelijke beschikkingen van de ministers van Binnenlandse Zaken, Defensie en Volksgezondheid.
In september 1991 werd beslist dat het Korps Mobiele Colonnes met ingang van 1 januari 1993 zou worden opgeheven.
Redenen hiervoor waren het feit dat de taakstelling van het KMC niet meer aansloot bij de manier waarop de rampenbestrijding vanaf 1985 werd vormgegeven én de verminderde oorlogsdreiging uit het Oosten na het einde van de Koude Oorlog (incasseren van het vredesdividend).

Na het stopzetten van het KMC bleef de behoefte aan militaire bijstand noodzakelijk in situaties waarbij de capaciteit van de civiele hulpverlening ontoereikend en/of noodzakelijk zou zijn voor de aanvulling of aflossing van de civiele eenheden.
Het KMC werd opgevolgd door het Commando Rampbestrijding (CORAD), maar dat werd in 1995 ook opgeheven.
Daarna werden de hulpverleningsketens van het CORAB organisatorisch ondergebracht bij de drie toenmalige Regionale Militaire Commando’s (RMC’s).
Per RMC bleven er twee rampbestrijdingscompagnieën over bij de Nationale Reserve (NATRES) en één mobilisabel rampbestrijdingsbataljon.
In totaal ging het dus om vijf rampenbestrijdingsbataljons met in totaal 4.000 redders en hospikken.

Ondanks de intussen op 1 januari 1994 in werking getreden bestuursafspraak - die inhield dat Defensie naast haar bestaande capaciteit, in geval van een ramp bijstand zou verlenen ter aanvulling van het civiele geneeskundige potentieel – is nauwelijks om militaire steunverlening verzocht.

Zowel het KMC als het CORAD waren gehuisvest op de Kolonel Palmkazerne in Crailo (Bussum).
Het grote nadeel van grootschalige geneeskundige hulpverlening onder rijksverantwoordelijkheid, zoals die was geregeld bij de BB en het KMC, was dat het geen parate organisaties waren.
Juist bij hulpverlening is direct optreden van levensbelang.

Bron : Boekje Pienter. http://www.boekje-pienter.nl

Magirus-bluswagen van het vroegere Korps Mobiele Colonnes.
magirus-bluswagen-3

(klik hier boven voor het meer foto's)

Omdat de vrijwilligersorganisatie BB op bepaalde specialistische gebieden mensen te kort komt, wordt een apart krijgsmacht onderdeel opgericht: het Korps Mobiele Colonnes.
Het KMC wordt bemand met militairen zonder mobilisatiebestemming, het heeft grotere pelotons die afreizen naar gebieden waar de inzet van veel mensen en materiaal nodig is.
Later worden ook buitengewoon dienstplichtigen toegewezen aan deze organisatie, deze worden eveneens opgeleid in brandweer-, redding- en EHBO-werkzaamheden.

Het doel van het KMC was, om bij grote oppervlaktebranden, de civiele brandweer af te lossen.
En bij calamiteiten (grote ongevallen en rampen) eerste medische hulp te bieden en voor grootschalig vervoer te zorgen.
De kracht van het KMC bestond uit het verplaatsen van heel veel water en goederen naar een beperkte plaats.

Binnen defensie waren er verschillende colonnes (zeg maar bataljons), waarvan het personeel door landmacht, luchtmacht en marine werd geleverd.
De colonnes bestonden uit:

  • Brandweer/watervoorziening.

  • Reddingswerkers.

  • Geneeskundigen.

  • Vervoer.

(klik hier boven voor het meer foto's)

De oefening op zich stelde niet veel voor, rijden in een Jeep als chauffeur van de kapitein, naar een plaats waar door anderen een hospitaaltent was opgezet.
De kapitein controleerde of alles goed was, mochten de jongens de tent weer afbreken en opruimen en ik ging met de kapitein terug naar de kazerne.
Af en toe hadden we een ritje naar één van de kerncentrales in Nederland, geen idee waarvoor, maar leuk als tijdverdrijf !

Willys Overland Jeep 1/4ton, 4x4, MODEL - MB Military's.
Willy's Overland Jeep Willy's Overland Jeep Willy's Overland Jeep

(klik hier boven voor het meer foto's)


Het vermogen van de jeep wordt geleverd door een viercilinder Willys Overland benzinemotor van het F-kop type.
Dit type motor is een combinatie van zijklep- en kopklepmotor, op drie punten in het chassis bevestigd. De drieversnellingsbak is onmiddellijk achter de motor aangebracht.
Het voertuig kan op alle vier de wielen worden aangedreven.
De viercilinder benzinemotor is vóór in het voertuig onder de motorkap geplaatst.
De carrosserie biedt plaats aan vier personen, is van het open type en kan worden afgeschermd door een afneembare zeildoekse kap, zijzeilen en zeildoekse deuren, welke worden ondersteund en op hun plaats gehouden door metalen stangen, klemmen en zeildoekse banden.
De voorruit is zodanig geconstrueerd, dat deze op de motorkap kan worden neergeklapt, teneinde een laag silhouet te verkrijgen en het naar voren vuren mogelijk te maken.
Het reservewiel is aan de achterkant van het voertuig bevestigd.

Ook kregen we rijles in de "DAF YA 314", dat wil zeggen, met een man of vier/vijf per auto, dus 1 achter het stuur, rijdend in de omgeving van Laren, Bussem en Hilversum en de rest achter in de bak, lekker door elkaar schudden op de houten banken wachten totdat je aan de beurt was om te chauffeuren, het tochtte ontzettend achterin de bak, zodat je kleumend tegen elkaar aan ging zitten met dikke jassen aan.

DAF YA 314.
DAF YA 314 3 ton DAF YA 314 3 ton DAF YA 314 3 ton

(klik hier boven voor het meer foto's)

DAF YA 126.
DAF YA 126 1 ton DAF YA 126 1 ton DAF YA 26 1 ton

(klik hier boven voor het meer foto's)

De DAF YA 126 is een 4WD wapendrager met een 6 cilinder motorblok met zijkleppen benzinemotor, 4600cc, 102 pk.
Het voertuig is wat duur qua brandstofverbruik, 1:4 op gelode benzine, en voelt zich het best thuis in ruw terrein met o.a. zand water en veel blubber.
Hij is gebouwd van 1955 tot 1960, weegt zo'n 3350 KG en mag dus met een klein rijbewijs bestuurd worden.
De Daf YA-126 Ziekenauto uitvoering heeft een achterbak met een hard-top en is op het zelfde chassis als de wapendrager gebouwd.
De ziekenauto is ingericht voor het vervoer van 4 liggende patiënten of 8 zittende, en is standaard voorzien van verwarming in zowel de cabine als laadbak.
De YA-126 Ziekenauto is begin jaren 80 afgevoerd uit de bewapening, de taken zijn overgenomen door de Landrover 109 GWT (terrein) en Mercedes L410 (weg).

www.ya126.nl
www.ya126.nl

DE BETEKENIS VAN DE NUMMERS.
DAF YA 126 is een 1 tonner, 2e serie, met 6 wielen.
DAF YA 314 is een 3 tonner, 1e serie, met 4 wielen.


Ik heb, toen ik uit militairendienst kwam, mijn militairrijbewijs kunnen laten overschrijven naar een burgerrijbewijs, zowel het klein- als ook het groot rijbewijs.
Dit heeft mij een hoop geld aan rijlessen en examen gescheeld.
Tevens heb ik daar mijn EHBO diploma behaald, waarvan ik later bij de politie opleiding voordeel bij had (ik kon het examen overslaan).
Ik heb dus geen slechte ervaringen overgehouden aan mijn militaire diensttijd, alleen maar leuke herinneringen en voordelen.

 
Naar Boven
 






Home | School | Reunie | Kustvaart | Schepen | Leger | GVB | Links | Gastenboek | Recepten